Er was eens een mooie dame. Ze had een prachtig figuur en haar lijnen stonden nergens stil. Haar garderobe bestond uit prachtige hagelwitte zeilen die fier en trots in de smetteloos gelakte mast hingen. Schaamteloos flaneerde ze gracieus over het water en zoals de Engelsen zeggen: “The lady turns heads everywhere.”
Haar naam is Juffrouw Doddel. Jarenlang werkte ze met liefde voor haar baas, die haar als tegenprestatie minutieus vertroetelde met een laagje lak en een streekje verf. Helaas kon hij haar door omstandigheden op een gegeven moment niet meer onderhouden en ze kreeg een nieuwe baas. Die viel voor haar prachtige vormen en haar voortreffelijke eigenschappen. Toch was die minder zorgzaam voor haar en langzaam raakte ze in verval. We weten niet hoeveel bazen ze daarna nog gehad heeft, maar uiteindelijk lag ze jarenlang in het water eenzaam weg te kwijnen. Haar schoonheid werd haar afgenomen. Waarbij de tand des tijds geduldig het werk deed. Haar huid verschrompelde, verkleurde en werd prooi van de natuur, die haar lichaam met een groene laag bedekte.
Uiteindelijk besloten de hulpinstanties haar op te nemen in een verzameling verstotenen die hetzelfde lot ondergingen en allen troosteloos in een vergeethoekje achteraan werden gestald.
Plots gloort er hoop, want een enthousiasteling ziet haar mooie lijnen en lijkt voornemens haar te revalideren. De hoop was vergeefs, want nadat ze werd teruggebracht in haar natte natuurlijke habitat, werd ze geboeid afgevoerd en in de wildernis aan een veel te korte ketting aan haar lot achtergelaten. Daar doorstaat ze nog steeds de elementen van de natuur met vorst, stormen en brandende zon. Ze krijgt in een hevige storm conflict met een lotgenoot die vlak bij haar hetzelfde heeft ondergaan en de aanvaring lijdt tot schade aan haar eens zo fiere mast en haar roer. De volgende storm slaat ze los en belandt ongewild tegen een dijk, waarop de eigenaar van de dijk besloot haar naar te deporteren naar een nog vreselijker oord. Daar is ze nu een nog grotere prooi voor de elementen van de natuur en scharrelt volledig aan lagerwal geraakt over de basaltblokken langs de oevers van het Hemmeland.
Gisteren liep ik vlak langs haar heen en ze kreunde van pijn en ellende bij iedere dreun die de hoge golven haar op de stenen lieten beuken. Machteloos keek ik een tijdje toe en had medelijden met deze eens zo fiere dame, wier vroegere schoonheid nog steeds door de deplorabele staat heen zichtbaar is.
Het woei vannacht hard en ze heeft moeten vechten voor haar bestaan, want ze is honderden meters over de oeverstenen gebeukt en ligt nu troosteloos en gewond in het riet tegen een dijk. Het moet zwaar geweest zijn, want ze heeft ook een nachtelijke amputatie ondergaan. Haar roer is haar afgenomen!
Ik hoop dat snel iemand haar zich over haar ontfermt, voordat ze roemloos aan een verdrinkingsdood ten onder gaat…
Afbeelding