UTRECHT- Vertegenwoordigers van de zogenaamde oud-hout klassen-organisaties waren maandagvond uitgenodigd bij het Watersportverbond in Utrecht om van gedachten te wisselen over de eerder dit jaar door de Technische Commissie Wedstrijdklassen (TCW) voorgestelde hermetingsprocedure. De uitvoering hiervan werd uitgesteld nadat er na publicatie op Watersport-TV een storm aan kritiek (https://www.watersport-tv.nl/nw-31400-7-4729721/nieuws/hermetingsplannen_watersportverbond_doodsteek_voor_eenheidsklassen.html) opwaaide.
In januari j.l. maakte de TCW in een brief aan de klassenorganisaties bekend een periodieke controle van houten eenheidsklassen te hebben ingesteld. Het kwam erop neer dat houten wedstrijdzeilboten bij verkoop verplicht opnieuw her-meten moeten worden. Maar ook als het bestaande meetformulier ouder is dan 25 jaar of ontbreekt.
De eenzijdige mededeling kwam als een volstrekte verrassing en zorgde voor veel verontwaardigde reacties. Niet ongevoelig hiervoor besloot het Watersportverbond/ TCW de invoering van de verplichte her-meting voorlopig een jaar uit te stellen. En met de vertegenwoordigers van de klassenorganisaties om tafel te gaan.
Maandag was de eerste bijeenkomst in Utrecht, op het kantoor van het Watersportverbond. En het zogenaamde ’oude hout’ was goed vertegenwoordigd.
Verkeerde inschatting
Verbondsbestuurder Sander Jorissen, verantwoordelijk voor het wedstrijdzeilen in Nederland, leidde de bijeenkomst. Jorissen verklaarde dat de TCW en hijzelf de mogelijke effecten van het hermeetvoorstel volstrekt verkeerd had ingeschat en maakte kenbaar dat hij beoogde een nieuwe start te maken.
Volgens Jaap Kuin, voorzitter van de 16m2 klasse-organisatie, deugde de communicatie in januari j.l. over de nieuwe hermetingsprocedure van geen kant. Die was gebaseerd op wantrouwen in plaats van vertrouwen. Expliciet sloot de Vrijheidsklasse zich aan bij dit standpunt, maar duidelijk was dat de grote meerderheid van de aanwezigen het volledig met Kuin cum suis eens was.
In de discussie merkte Jorissen op dat er in geen geval besluiten zouden worden genomen tegen de zin van de klassenorganisaties in. Vervolgens lanceerde hij de hamvraag: “Moet er worden gemeten?” Deze inkopper liet Kuin zich niet ontgaan: “Ja, maar met de klassenorganisaties in de regierol!”
Toen dat ei was gelegd verliep de bijeenkomst een stuk soepeler. De Pampussen en de 16m2 rapporteerden bevindingen van eerdere metingen en presenteerden plannen voor nieuwe series. Opmerkelijk was wel dat in een serie van 14 Pampusmetingen bij 7 schepen afwijkingen werden gevonden. Bij de 16m2 was dat bij 1 van de 5 gemeten schepen. Bij de Pampus betrof het afwijkingen in de holtematen, maatvoering en positie kiel en afwijking spiegel. Bij de 16m2 betrof het afwijking van holte maten.
Afwijkingen
Aanwezige deskundigen, die ook betrokken waren bij deze metingen, bezwoeren dat het hier ging om afwijkingen die de snelheid niet beïnvloeden. De 16m2 klasse bereidt dit jaar een tiental metingen voor en zal mede hierop verder beleid baseren. Steeds duidelijker werd dat het door de TCW gewenste tempo als onhaalbaar moet worden beschouwd. KO’s willen met hun leden overleggen over de meetresultaten en pas daarna gaan er voorstellen naar het Verbond. Ook op dit punt toonde het Verbond begrip en instemming.
Zo kwam op de tweede hamvraag van Jorissen (Volgens welke procedure meten?) een vergelijkbaar antwoord als op de eerste: “Dat zullen we na onze bevindingen graag met het Verbond bespreken!”
De penningmeester van de Valkenklasse vroeg zich tenslotte af of er misschien nog fondsen waren voor het realiseren van hermetingsprocedures. Jorissen dacht van niet, maar Van Bergeijk, manager wedstrijdzeilen van het Watersportverbond was hierover minder pessimistisch. Er is immers een opbrengst uit de verstrekking van certificaten
Gezamenlijk formuleerde men de volgende actiepunten:
Het Watersportverbond informeert de KO’s over het terugtrekken van de januari-brief van de TCW inzake het hermetingsvoorstel en formuleert voor de KO’s een opdracht tot het formuleren van een plan van aanpak.
Het tempo waarin de plannen worden ontwikkeld en uitgevoerd, zal van klasse tot klasse verschillen, omdat iedere KO anders in de materie zit c.q. verschilt qua omvang van de vloot en beschikbaarheid van middelen.
Gelet op het feit dat de meeste KO’s hun jaarvergadering in het voorjaar van 2027 houden zal er voor die tijd wel hard worden gewerkt aan nieuwe plannen, maar kunnen de eerste besluiten pas in de loop van volgend jaar of het jaar daarop worden verwacht.
Fotografie: Watersport-TV en Nienke Bruinsma, Studio 314
Met dank aan Hugo Maarleveld
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding