Friesland heeft geen gebrek aan vaarroutes. Het lastige is niet er één vinden, maar er één kiezen die past bij de tijd die je hebt en bij de boot waarmee je vaart. Twee getallen beslissen dat. Een huurboot doet ongeveer zeven kilometer per uur, en een prettige vaardag telt vier tot vier en een half uur. Daarnaast bepaalt de laagste brug op je route of je er überhaupt doorkomt. Vijf routes, van kort naar lang, met de cijfers erbij.
Ze vertrekken allemaal uit Heeg, midden in het merengebied, waar onder meer Ottenhome Heeg gevestigd is.
1. Klein rondje Súdwest
De korte kennismaking. Ongeveer negen vaaruren, verdeeld over twee dagen, langs Workum, Bolsward, Sneek, Terhorne en Langweer. Geen doorvaartbeperkingen.
Voor een weekend is dit eerder veel dan weinig. Je vertrekt zelden om acht uur ’s ochtends en je wilt de laatste avond niet in het donker afmeren, dus twee dagen zijn in de praktijk anderhalf.
2. Friese Meren Route
Elf vaaruren over drie dagen, en dat is minder kilometers per dag dan het weekendrondje. Precies daarom is dit de aangenaamste route van de vijf.
Van Heeg via IJlst en Sneek naar Lemmer, terug langs Sloten, Woudsend en Langweer. Je vaart hier over het open water waar het gebied om bekendstaat: het Heegermeer, de Fluessen, het Sneekermeer. Vier vaaruren per dag laat ruimte over voor een middag voor anker.
Dit is ook de route waar zeilen het meest oplevert. Wie hier een zeilboot huurt in Friesland vaart dagen achtereen op ruim water zonder ooit de mast te hoeven strijken.
3. Wieden en Weerribben
Zestien vaaruren over vier dagen, en een heel ander karakter. Via Sloten, Woudsend en Lemmer vaar je Friesland uit, richting Blokzijl, Vollenhove en Ossenzijl.
De bestemming is Nationaal Park Weerribben-Wieden: uitgestrekte rietlanden en smalle waterlopen door een van de grootste laagveenmoerassen van Europa. Geen stadjes en musea, maar water, riet en vogels. Geen doorvaartbeperkingen.
4. Friese Elfsteden Route
De klassieker, en meteen de route met de meeste voetangels. Dertig vaaruren over zeven dagen, langs IJlst, Sneek, Bolsward, Harlingen, Franeker, Leeuwarden, Dokkum, Stavoren, Hindeloopen en Workum.
Let op het getal dat de meeste plannen laat stranden: de laagste doorvaart op deze route is 2,40 meter. Op de meren merk je daar niets van, maar zodra je de vaarten en de stadskernen in gaat liggen er vaste bruggen. Een opgezette kajuitkap of een staande mast komt daar niet onderdoor.
Daar staat wat tegenover. Leeuwarden alleen al heeft meer dan zeshonderd monumenten, en je ziet Friesland zoals het vanaf de weg niet te zien is.
5. Turfroute
De langste en tegelijk de rustigste. Drieëndertig vaaruren over acht dagen, door de oude veengebieden van Zuidoost-Friesland en Overijssel: Ossenzijl, Zwartsluis, Meppel, Appelscha, Gorredijk, Oosterwolde, Akkrum.
Dit zijn de vaarten die ooit zijn gegraven om turf af te voeren. Smal, bochtig, met kleine bruggen en dorpen die letterlijk om het water heen gebouwd zijn. De laagste doorvaart is hier 3,40 meter, ruimer dan op de Elfstedenroute, maar de route duurt wel een dag langer dan een gewone week.




