SAINT- MALO- Op uitnodiging van het Britse zeilkedingmerk Musto reisde solozeilster Nienke Mullink voorafgaand aan de start van de Route du Rhum – Destination Guadeloupe af naar Saint-Malo. Daar liet ze zich inspireren door de verhalen van de grote namen uit het oceaanracen. Dit jaar zeilde de Mini 6.50-zeilster zelf haar eerste solorace en hoe.
Ze eindigde gelijk als negende in de Pornichet Select. Later in het seizoen maakte ze indruk met haar vierde plek in de eerste etappe van de Mini Atlantic. Ze kwalificeerde zich voor de fameuze Mini Transat, de trans-Atlantische solorace in boten van 6,5 meter lang. Als het aan haar ligt, wordt dat de opstap naar bijvoorbeeld de Route du Rhum.
“Het was echt waanzinnig”, aldus Mullink over hoe ze die dag met #TeamMusto in Saint-Malo heeft beleefd. “Het begon eigenlijk al de avond van tevoren. We kwamen aan met de trein en om bij het hotel te komen liep je door de Race Village. Het was ‘s avonds, dus alles was super mooi verlicht. Opeens zag je al die rijen boten. We keken onze ogen uit.” De volgende dag maakte Mullink namens Musto een rondgang over de steiger. “Het was super inspirerend en motiverend om er te zijn. Het is een waanzinnig evenement om te zien met een hele bijzondere sfeer”, blikt Mullink terug.
Gevraagd naar de opgedane inspiratie zegt Mullink: “Wat er mogelijk is na een campagne in de Mini 6.50 Een groot deel van de schippers die hier nu meedoet aan de Route du Rhum, is ooit begonnen in de Mini. Dus het is niet onrealistisch om daar te komen.”
Opzet Mini-campagne
In 2027 verschijnt Mullink onder de vlag van DutchSail als tweede Nederlandse vrouw ooit aan de start van de Mini Transat. Deze solo oceaanrace voert de vloot in twee etappes van het Franse La Rochelle naar Gran Canaria en van daaruit naar het Braziliaanse Salvador de Bahia. In totaal ruim vierduizend nautische mijlen. Om überhaupt aan haar campagne in de Mini te kunnen beginnen, ging een grondige voorbereiding vooraf. Mullink vertelt: “Op een gegeven moment heb ik het offshore zeilen ontdekt. Er ging een wereld voor mij open. Ik vond het geweldig. Ik heb in redelijk grote teams gevaren, tot wel veertien man. Dan is je taak aan boord best wel klein. Ik was of aan het trimmen of aan het sturen. Eigenlijk wilde ik alles leren, dus ook zelf alle beslissingen nemen. Of daar in ieder geval beter in worden, meer allround.”
“Het was daarom een bewuste keuze om naar kleinere teams te kijken. Vervolgens ben ik me er verder in gaan verdiepen. Wat zijn nou de zeilers die doen wat ik ambieer? Neem bijvoorbeeld Justine Mettraux. Zij vaart de Vendee Globe en begon ooit in de Mini, net als veel andere schippers. Bovendien is het een tamelijk overzichtelijke campagne van twee jaar met budgetten die redelijk te doen zijn. Het is allemaal op te zetten in je eentje, dus dat was voor mij de logische stap. Na lang voorbereiden, sponsors en investeerders te hebben gevonden, heb ik een boot gekocht en ben ik naar Lorient gegaan. Daar is het niveau van de trainingsgroep het hoogst. Als ik het ging doen, dan wilde ik het ook goed doen.”
“Zo ging ik bijna een jaar geleden in januari die kant op om heel hard te trainen. Drie maanden lang om de boot te leren kennen en daarna racen. Ik heb pas in april van dit jaar mijn eerste solo-mijlen gevaren. Het was een hele steile leercurve, maar het past goed bij me. Ik heb heel hard gewerkt om een goed eerste seizoen neer te kunnen zetten.” Dat leverde haar de kwalificatie voor de Mini Transat 2027 op. “Die druk is eraf”, aldus Mullink.
Trainen met de Franse crème de la crème
Op de voormalige onderzeebootbasis in het Franse Lorient is de Pôle Course au Large gevestigd. Dat is het eerste internationale en Europese trainingscentrum voor oceaanzeilen, waar schippers, gerenommeerde teams en toonaangevende bedrijven uit de watersportindustrie bijeenkomen. Hier krijgen talentvolle zeilers in de Mini 6.50, Figaro 3, IMOCA, Class 40 en IRC speciale opleidingsprogramma’s aangeboden. Ook Mullink kreeg de kans om zich hierbij aan te sluiten. “Daar heb ik veel moeite voor gedaan”, aldus Mullink. “Het is een vrij strenge selectie. Mijn zeilontwerper trainde daar op uitnodiging van de trainer. Hij heeft mij toen aangedragen. Verder heb ik een boot gekocht die al in die haven lag. De vorige eigenaar zat dus ook in die trainingsgroep. Eigenlijk ben ik via die twee mensen binnengekomen.” Zo kwam ze als Nederlandse zeilster in de prestigieuze Franse trainingsstructuur terecht: “Dat is wel echt bepalend geweest voor de resultaten die ik tot nog toe heb gevaren. Je hoeft het niet zelf uit te vinden. Alle kennis is daar aanwezig. Je moet gewoon zoveel mogelijk uitvinden met hun kennis.” Mullink heeft het bovendien erg naar haar zin het Franse bolwerk voor oceaanzeilers: “De verschillende klassen hebben hun eigen trainingsgroepen en de hoofdcoach is gelijk voor iedereen. Dat is heel leuk. Tijdens de theorielessen zit je dan ineens naast Sam Davies.”
Nederlandse kennisdeling
Mullink kon ook in Nederland rekenen op de steun van landgenoten met Mini Transat-ervaring. “Ik heb vanuit Nederland heel veel hulp gehad. Ik werkte al bij Quantum Sails van eigenaar Jelmer Bouw, die aan de Mini Transat van 2007 meedeed. Hij heeft vanaf het allereerste begin een mentorachtige rol vervuld. Ik ben bij Christa ten Brinke en Ysbrand Endt (Mini Transat 2011) langsgeweest en heb met Koen van Esch (Mini Transat 2007) samengewerkt. Verder sprak ik met Dimitri Simons (Mini Transat 2015). Ik heb een groot deel van de Nederlandse Mini-zeilers wel een keer gesproken of om advies gevraagd.”
Het Mini-jaar 2027
Inmiddels is het Mini-seizoen voorbij en ligt Mullink’s boot in de haven van Scheveningen. “Die haal ik er deze week uit voor een refit van twee maanden. Eind december ga ik met de boot terug naar Frankrijk. Dan begint het jaar weer van vooraf aan, dus opnieuw drie maanden trainen en afhankelijk van de planning een aantal wedstrijden varen. Vervolgens werk ik toe naar de start van de Mini Transat in september 2027.” Over haar doelstelling zegt ze: “Ik wil minimaal toptien in de serieboten eindigen. Afhankelijk van het budget gaat die doelstelling omhoog. Ik heb één van de nieuwste serieboten. Van dit type doen er tientallen mee, wat het one design varen maakt. Dat is de reden dat ik voor de serieboot heb gekozen, aangezien de prototype-klasse veel meer budget gedreven is. Daar hangt het succes samen met hoe nieuw je boot is en of je alles heel houdt. Bij de serieboten maakt de schipper veel meer het verschil.”
Musto om in te leven
Gedurende haar campagne wordt Mullink via DutchSail ondersteund door Musto. “Wat ik aan boord draag, komt overeen met wat de Route du Rhum-zeilers meenemen. De ontwikkeling in de cockpit was leuk om te zien. Hoe sneller de boot gaat, hoe dichter de cockpit is. En dat is gewoon omdat je het anders niet volhoudt als je solo de wereld rond gaat of de Route de Rhum vaart. Maar er komt toch een moment dat je bij zwaar weer naar buiten moet. Daarom heeft iedereen wel z’n MPX en/of HPX-pak mee. Net als ik. In de Mini ben ik dan wat meer blootgesteld aan de elementen. Ik heb een MPX en HPX-pak, die ik graag afwissel.” Gevraagd naar haar favoriete item antwoordt Mullink volmonding: “Mijn HPX-broek. Daar leef ik echt in.”
Risicomanagement
Er gebeurt een hoop in de huidige editie van de Route du Rhum – Destination Guadeloupe. Van een aanvaring tot capsizes, averij en lichamelijk letsel. Mullink blijft daar nuchter onder: “Het is een sport waarbij je afhankelijk bent van je materiaal. Het hoort er gewoon bij dat er dingen gebeuren.” Om het risico te beperken, besteedt Mullink naar eigen zeggen veel aandacht aan de voorbereiding. “Daar ben ik echt op gebrand. Voordat ik zo’n grote race doe, zoals bijvoorbeeld de Mini Atlantique van tweemaal bijna dertienhonderd mijl, haal ik vooraf de hele boot uit elkaar. Elk onderdeel wordt gecontroleerd. Gewoon om zeker te weten dat ik er alles aan heb gedaan om materiaalproblemen te voorkomen. Ik heb ook nog geen echte schades gehad tijdens een race, dus daar ben ik heel blij mee.”
Fotografie: Alexis Courcoux - Mini Transat 2026




